LIVING

Minimalisme en natuurlijke materialen in de Japandi keuken

Minimalisme en natuurlijke materialen in de Japandi keuken

Japandi is hot. En dat is niet zomaar. Het is eigenlijk een perfecte combinatie van twee dingen waar veel mensen naar op zoek zijn: rust en warmte. Strak maar niet koud. Minimalistisch maar niet kaal. Japandi keukens pakken het beste uit twee werelden. De Japanse liefde voor eenvoud en het Scandinavische gevoel voor gezelligheid. Klinkt misschien een beetje zweverig, maar het werkt echt.

Waar komt die Japandi-vibe vandaan?

Japan en Scandinavië zijn twee totaal verschillende culturen. Geografisch miljoenen kilometers uit elkaar. Maar qua designfilosofie? Die komen ze elkaar enorm tegen. Beide culturen hebben iets met eenvoud. Met alleen houden wat nodig is. Met ruimte en leegte als iets moois zien in plaats van als iets dat opgevuld moet worden. In Japan heet dat wabi-sabi. Schoonheid vinden in eenvoud en onvolmaaktheid. In Scandinavië draait het om hygge – gezelligheid, warmte, je thuis voelen. Combineer die twee en je hebt Japandi.

Hoe ziet dat eruit in je keuken?

Een Japandi keuken is rustig. Geen visuele chaos. Geen spullen op het aanrecht. Geen volle open planken. Alles heeft z’n plek en is opgeborgen. De lijnen zijn recht en strak. Maar door de materialen voelt het niet koud. Hout speelt de hoofdrol. Licht eiken meestal. Soms bamboe. En vaak zie je natuursteen bij het werkblad. Een kookeiland past perfect in een moderne keuken. Strakke vorm, houten front, misschien een werkblad van lichte natuursteen. Simpel maar mooi.

Kleuren: hou het rustig

Felle kleuren? Vergeet het. Japandi draait om rust en daar horen rustige kleuren bij. Beige, zandtinten, lichtgrijs, wit in verschillende nuances. Dat is je basis. Daar komen warme houttonen bij. Die brengen de natuur naar binnen. En voor wat contrast gebruik je mat zwart of antraciet. Maar spaarzaam. Een zwart randje hier, een donkere kraan daar. Niet te veel want dan wordt het zwaar. Ik was laatst bij iemand met zo’n Japandi keuken. Echt minimaal. Maar het voelde helemaal niet kaal. Het was gewoon heel erg rustig. Ze zei dat ze het verschil merkte in hoe ze zich voelde. Minder stress, rustiger. Misschien een beetje zweverig, maar ik snap het wel.

Materialen: alles wat natuurlijk is

Bamboe zie je veel. Groeit supersnel, dus duurzaam. En het heeft die mooie subtiele nerf. Past perfect bij die natuurfilosofie. Eikenhout is ook populair. Vooral lichtere varianten. Of die vergrijsde look. Niet te glad, mag best wat textuur hebben. Een knoest of kleurverschil is geen probleem, maar juist mooi. Voor het werkblad ga je voor natuursteen of keramiek. Liefst iets met een matte afwerking. Glimmen hoort niet bij Japandi. Dat verstoort de rust. Ook qua afwerking hou je het natuurlijk. Geen hoogglans lakken. Geen kunstmatige dingen. Alles zo natuurlijk mogelijk.

Geen handvatten, geen troep

Vrijwel alle Japandi keukens hebben greeploze fronten. Je duwt tegen het kastje en het springt open. Simpel. Strak. En praktisch ook want er is niks waar vuil zich kan verzamelen. Ook zie je vaak afgeronde hoeken in plaats van scherpe rechte hoeken. Maakt het vriendelijker en zachter. En het past bij die hele filosofie van natuurlijke vormen. Alles is ingebouwd. Je ziet geen apparaten. De oven zit verborgen achter een kastfront. De vaatwasser ook. De koelkast ook. Alles weggewerkt zodat je alleen die rustige fronten ziet.

Licht is belangrijk

Overdag wil je zoveel mogelijk natuurlijk licht. Grote ramen zonder zware gordijnen. Als je privacy nodig hebt, kies dan voor lichte linnen gordijnen of bamboe jaloezieën. ‘s Avonds is zachte verlichting belangrijk. Geen felle spots. Liever indirecte verlichting. LED-strips onder de bovenkastjes. Of hanglampen van natuurlijke materialen boven het eiland. Kies warm wit licht. Geen koud wit. Dat maakt het verschil tussen gezellig en ziekenhuis achtig.

Spullen: alleen wat je echt gebruikt

Bij Japandi is het echt: wat je niet ziet, is niet er. Of eigenlijk: wat er niet hoeft te zijn, hoort er niet te zijn. Open planken kun je gebruiken, maar dan alleen voor dingen die er mooi uitzien en die je gebruikt. Een paar mooie kommen. Een houten snijplank. Een set voorraadpotten in natuurkleuren. Maar niet te veel. Drie mooie dingen zijn beter dan tien kleine rommel dingetjes. Die rommel verstoort de rust. En al die andere spullen? Bakvormen, pannen, mixers, al dat gedoe? Dat zit netjes opgeborgen achter gesloten kastdeuren. Uit het zicht, uit het hoofd.

Het moet wel werken natuurlijk

Al die filosofie is leuk, maar een keuken moet vooral fijn werken. En daar is bij Japandi goed over nagedacht. Alles is bereikbaar zonder dat je hoeft te zoeken. Slimme opbergsystemen zorgen dat je precies weet waar alles zit. Lades met indeling. Hoge kasten met uittreksystemen. Dat soort dingen. Ook de ergonomie klopt. De vaatwasser op de goede hoogte. De oven op ooghoogte. De kookplaat op een comfortabele werkhoogte. Het ziet er mooi uit, maar het werkt ook gewoon lekker.

REAGEER

error: Content is protected !!